|
Herkomst
De Ficus heeft wel meer dan 1000 verschillende soorten, waarvan de meeste oorspronkelijk uit Azië en Afrika komen. In Centraal- en Zuid-Amerika en Australië zijn nog veel soorten inheems.
Een bekende Ficus vanuit Zuid-Europa is de vijgboom. Van de soorten die we als kamerplant gebruiken, komen de meesten uit Zuidoost-Azië.
|
|
|
Standplaats
De ficus heeft een hekel aan verhuizen. Kies een lichte, maar niet te zonnige plaats uit en laat hem daar staan. Groeit hij teveel naar één richting, dan kunt u hem natuurlijk draaien. Het liefst met kleine beetjes tegelijk. Het is erg belangrijk dat de Ficus tochtvrij staat met een vrij constante temperatuur. In de zomer mag u de Ficus gerust buiten zetten.
|
|
|
Verzorging
Behalve voor temperatuurschommelingen, is de Ficus ook gevoelig voor te natte en te koude voeten. Dit wil zeggen een bodemtemperatuur lager dan 12ºC. Is de temperatuur lager, dan veroorzaakt dit beschadigingen, vooral als de plant dan meer water krijgt dan voldoende is.
Bonte soorten verlangen wat meer warmte dan groene. Ze zijn wat gevoeliger en vragen ook een hogere luchtvochtigheid en meer licht.
Wist u dat de Ficus ons ook verzorgt? Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat de Ficus een positieve bijdrage levert aan het milieu. Een Ficus zuivert de lucht waarin wij wonen of werken.
|
|
|
Water
Tijdens de rustperiode (’s winters) weinig gieten met lauwwarm water. Als de Ficus gaat groeien, moet men water geven.
Grotere planten drinken wel eens meer dan u denkt. Als het aardoppervlak nog vochtig is, hoeft u niet te gieten. Laat de potkluit nooit uitdrogen
|